“Het enige nadeel van samenwerken? We praten altijd over kleding”

3 generaties | Wat hebben ze van elkaar geleerd?

Al vijf generaties stopt de familie De Waele heren strak in het pak in haar kledingzaak in het Oost-Vlaamse Sint-Niklaas. Drie ervan aan het woord, ofwel Hermine, Peter, Yannick en Charlotte. “Jammer dat er zoveel decorum verloren is gegaan. Wie draagt er nog een hoed?”

Traditie

Yannick: “Onze familie heeft een lange geschiedenis in herenmode, vooral gelegenheids- en trouwkleding. We leveren maatwerk, verkopen en verhuren kledij. Binnenkort vieren we onze 130ste verjaardag.”

Charlotte: “Mijn broer en ik zijn de vijfde generatie De Waeles in de zaak. Dan rol je automatisch erin, zou je denken, maar niks is minder waar. Nadat ik hier een tijdje gewerkt had, ben ik vertrokken, om dan toch terug te komen. Yannick wou eerst iets anders doen, maar is uiteindelijk ook in de winkel beland.”

Yannick: “Onze familie heeft deze zaak opgebouwd. Het zou jammer zijn om dat cadeau te laten liggen. Al verwachten mijn zus en ik niet dat onze kinderen diezelfde keuze zullen maken. Wie weet wat de toekomst is van winkels en herenmode?”

Peter: “Het was voor mij ook geen evidente keuze. Ik had een andere job, tot ik besefte: waarom werk ik nu voor een baas als ik mijn eigen baas zou kunnen zijn? Maar ik heb mijn eigen kinderen niets willen opdringen. Tegen Yannick heb ik letterlijk gezegd dat hij zich eerst elders moest bewijzen. Je hoopt natuurlijk dat je kinderen de zaak zullen voortzetten, er dezelfde passie voor voelen en er capabel voor zijn, want daar heb je het raden naar. Ik heb geluk gehad.”

Hermine: “Destijds werd ik erin gegooid. Ik trouwde met Walther en er werd van mij verwacht dat ik in de winkel zou staan. Gelukkig heb ik het altijd heel graag gedaan, zowel het contact met de mensen bij het verkopen als de aanpassingen. God, hoeveel retouches heb ik wel niet gedaan! En telkens was ik trots op het resultaat en blij als het pak perfect paste bij het lichaam en de persoonlijkheid van de man.”

Peter: “Een kleermaker heeft een gepriviligieerd contact met zijn klanten. Je staat letterlijk heel dichtbij om hen op te meten, je ziet hen in hun ondergoed. Ze vertellen ook van alles. Na de aankoop blijven ze soms nog een kwartier babbelen: over de kinderen, gezondheid, het leven… Het liefst onthoud je dat ook allemaal zodat je er de volgende keer op kan inpikken. Dat je vaste klanten goed leert kennen, maakt de job heel aangenaam.”

Yannick: “Ik heb nooit moeten leren hoe klantenservice werkt. Als je boven de zaak woont, groei je daarmee op. Op mijn tiende hielp ik al eens mee in de winkel in het weekend. Ik hoorde de gesprekken, zag wat vader deed…”

Charlotte: “We hebben een tijdje een casual winkel gehad voor een veel jonger cliënteel. Dat heeft goed gewerkt, tot een veel lager geprijsde fast fashion-keten zich in de buurt vestigde. Daar konden we niet tegenop. Toen ik hier terugkwam, viel me op hoe anders het contact is. Mensen wachten, willen geholpen worden, verwachten en aanvaarden advies. Dat is tof. Bovendien zijn onze klanten altijd goedgezind, want ze kijken uit naar een leuk feest.”

Hermine: “Als de bruidegom vergezeld wordt door zijn mama, schoonmoeder en nog een stel vrienden, kan het soms wat moeilijker worden. Iedereen geeft zijn mening en op het eind weet die arme man niet meer wat hij mooi vindt en wat niet.”

Yannick: “Dan is het kwestie om hem weer in contact te brengen met zijn basisgevoel: hoe voel je je in dat pak, wat denk je echt? Vaak proberen we de groep dan ook wat op te splitsen en de vrienden alvast mee te nemen voor een drankje, of om hun suitekleding te passen.”

Peter: “Op zaterdag loopt de winkel vol. We hebben nu een afsprakensysteem ingevoerd om te vermijden dat klanten uren hun beurt moeten afwachten. Ik ben blij met de inbreng van Charlotte en Yannick, en het feit dat ze hun draai hebben gevonden in de zaak. Ja, ik ben trots.”

Stijlgevoel & etiquette

Peter: “Tegenover vroeger is er veel decorum in de kledij verloren gegaan, en dat betreur ik. Mensen gaan nu naar een operapremière in jeans en op sneakers. En wie heeft er nog een mooie wandelstok of paraplu? Een das is soms al te veel, laat staan een pochette. Handschoenen krijgen we amper verkocht, en hoeden al helemaal niet. Terwijl ik dat zo’n mooi accessoire vind.”

Charlotte: “Ik stel voor dat we de zondagse kleding weer invoeren, de gewoonte om op sommige momenten wat extra moeite te doen en wat beter voor de dag te komen. Fier zijn op je kleding en je uiterlijk, ik vind dat een mooi gevoel.”

Yannick: “We krijgen hier veel CEO’s en CFO’s over de vloer. Zij staan wat werkkleding betreft voor veel meer open. Maar ook jongemannen die met de casual stijl zijn opgevoed, willen mooi gekleed zijn voor een trouw of feest. Voor één keer voluit.”

Peter: “Hoe dan ook mogen we over het stijlgevoel van de Belgische man niet te veel klagen. Hij zou voor een betere pasvorm mogen gaan – kleren lijken soms op de groei gekocht – maar vergeleken met de doorsnee Amerikaan in zijn eighties bandplooibroek en oversized vest met epauletten zijn ze mee met de mode. Qua persoonlijke styling niet te vergelijken met Italianen, maar toch op de goede weg.”

Yannick: “Kledingvoorschriften zijn niet meer zo ingeburgerd als vroeger, laat staan dat ze gerespecteerd worden. Black tie, stadskleding… We leggen wel uit wat het betekent, maar mannen zijn niet altijd bereid die dresscodes te volgen. ‘Een smoking, moet dat nu echt? Raak ik dan niet weg met een blauw pak en een zwart strikje?’ Stadskleding wordt dan weer geïnterpreteerd als: kleding die je draagt om in de stad rond te lopen. Terwijl het een net pak is, met een das.”

Peter: “Er zijn weinig tot geen rolmodellen meer op dat vlak. Nieuwslezers, bedrijfsleiders, politici, professoren… Ze knopen geen das meer om, dragen amper nog een pak. Als je als jongeman knappe voorbeelden zou zien, ben je sneller geneigd om je outfits zorgvuldiger te kiezen. De kledij van zo’n Ruben Van Gucht bijvoorbeeld zou een sneeuwbaleffect kunnen veroorzaken. Want ook mannen zijn ijdel en willen er goed uitzien.”

Hermine: “Luc Appermont heeft destijds veel goeds gedaan voor de herenkleding. Als hij op tv kwam, kregen we steevast telefoons. ‘Zo’n blazer als hij, heeft u dat?’”

Charlotte: “We hebben een tijd de kostuums voor ‘Blind Getrouwd’ geleverd. De ochtend erna stonden hier klanten: ‘Ik wil dat pak dat X gisteren droeg.’”

Yannick: “En de avond van de uitzending hadden we vijf keer zoveel bezoekers op onze website. Het beeld van de stoere mannen uit de tv-reeks ‘Peaky Blinders’, met hun pet, driedelig pak en overjas, slaat zo hard aan dat we op zoek zijn gegaan naar zomertweed om die look altijd te kunnen aanbieden. En ook influencers als Mariano Di Vaio, Franco Mazetti, Geoffrey Nijsmans of Alexander Kraft inspireren. De collecties van Tom Ford bekijk ik natuurlijk, maar mensen komen vaker binnen met een Instagramfoto dan eentje uit een collectie van een ontwerper.”

Peter: “Als ik dat hoor, ben ik blij dat de kinderen in de zaak zitten. Pinterest, Instagram, Facebook, de website… Ik moest me er niet mee bezighouden. Yannick krijgt soms om half drie ’s nachts e-mails met vragen. Bij ons was het: deur dicht, winkel gesloten. Nu is het: altijd bereikbaar zijn. Dat geeft extra druk.”

Hard werken

Hermine: “In mijn tijd werkte je dag en nacht. Met plezier, daar niet van, maar je stond ermee op en ging ermee slapen.”

Charlotte: “Wij werken om te leven, niet omgekeerd. Pas op, het is niet dat Yannick en ik lanterfanten, hé. Maar als er een lading zomershorts geleverd wordt, zal onze pa die meteen uitpakken en prijzen, terwijl die nog niet verkopen in dit weer en je dat net zo goed morgen kan doen, op een rustige voormiddag zonder afspraken.”

Peter: “Ja, dat klopt. Soms maak ik daar een opmerking over: ‘Zijn die shorts nu nog niet uitgepakt?’ Terwijl Charlotte waarschijnlijk gelijk heeft.”

Yannick: “Jarenlang hebben mijn ouders de parkconcerten in Sint-Niklaas gemist. ‘Als we klaar zijn, komen we!’ Maar ze waren nooit klaar.”

Peter: “Onder invloed van de kinderen neem ik nu regelmatig vrijaf. Soms ga ik golfen met Yannick. Ja, terwijl ik al elke dag met hem samenwerk.”

Charlotte: “Wij zijn gewoon graag samen. Wij gaan met z’n allen op vakantie, samen uit eten… Mijn man en ik zijn aan het bouwen en ik woon nu zelfs tijdelijk weer thuis. Dat gaat zonder problemen.”

Yannick: “Het botst natuurlijk weleens, maar we willen allemaal hetzelfde: een goed draaiende zaak. Discussies zijn erg snel opgelost.”

Charlotte: “Ook de collecties kiezen we samen. Yannick en pa brengen alle informatie en stalen mee, die worden hier uitgestald en iedereen mag zijn voorkeuren aanduiden.”

Peter: “We zijn intussen zo afgestemd op elkaar dat we haast allemaal dezelfde keuzes maken. Yannick kocht in het verleden weleens collecties aan waarvan ik dacht: hij vindt dat mooi, maar dat zal niet verkopen. Maar ik heb hem die ‘fout’ laten maken, zoals mijn vader dat ook met mij deed. Sommige lessen moet je zelf krijgen uit ervaring.”

Charlotte: “Met familie werken heeft voordelen. Je hoeft niet alles uit te leggen. Als de crèche belt dat je dochtertje ziek is, kan je haar gewoon gaan halen zonder een ellenlange uitleg aan je baas.”

Hermine: “Toen Walther ziek was, kon ik voor hem zorgen. Ik moest geen toestemming vragen of er verlof voor nemen. Toen hij in het ziekenhuis lag, kon mijn zoon hem elke dag bezoeken.”

Peter: “Het enige nadeel is misschien dat we altijd over mode, kleding en de winkel praten.”

Yannick en Charlotte: “Dat stoort ons niet.”

***

Charlotte (29)

Staat in voor de verkoop en retouches: “Ik help al mee in de winkel sinds ik negen jaar was.”

Hermine (90)

Was getrouwd met wijlen Walther De Waele, de derde generatie: “We leefden voor de zaak.”

Peter (60)

Startte naast de verkoop ook de verhuur van ceremoniekleding. “Ik zou het fijn vinden mochten mannen weer vaker hoeden dragen.”

Yannick (32)

Studeerde management en business, en introduceerde social media in de zaak: “De avond van ‘Blind Getrouwd’ waren er vijf keer zoveel bezoekers op onze website.”

“Het enige nadeel van samenwerken? We praten altijd over kleding”